Afgelopen zaterdagmorgen hebben Sylvia D., Rob B., Hans K. en ondergetekende een duurloopje afgewerkt. Het was een proefloop die uitliep op 32 km in 2 uur en 41 minuten. Voor Rob en Hans was het ter voorbereiding op de marathon van Rotterdam (10/04) en voor Sylvia en mij een voorproefje op de marathon in Berlijn (25/09). Ik had het best zwaar; mijn bovenbenen voelden, naarmate de kilometers vorderden, steeds stijver aan. Zeker nadat we van koers raakten en we even stil hadden gestaan, was het erg moeilijk om weer op gang te komen.
Tijdens het rennen had Sylvia nog genoeg puf om te praten. Ze vertelde dat ze door het MCH was benaderd om mee te doen aan een proef voor Achillespees-patiënten. Ze had hier van af gezien omdat ze domweg géén klachten heeft van haar pezen. Ik had twee jaar geleden wél meegedaan aan een soortgelijk onderzoek – ook geïnitieerd vanuit het MCH – en de uitkomst van dit onderzoek was toen, dat inspuiting van de pezen met zowel Plaatjes Rijk Plasma (van eigen bloed) als een zoutoplossing geen soelaas bood. Vreemd dat men dan toch de draad weer oppakte.
Zaterdagavond uit eten met mijn jeugdvrienden. Ed S. had de tip voor het restaurant "Y Mucho Mas" gegeven. Helaas liet hij me een paar dagen van te voren weten niet aanwezig te kunnen zijn; hij ging aan de zwier met zijn vrouw.
Bij aankomst in het restaurant herkende ik de inmiddels failliete Jacobus Toet, de kaviaarkoning uit Scheveningen.
Ik sprak hem aan en vroeg me af of hij nog wist dat ik in 2000, samen met mijn vader, een Fabergé-ei bij hem had gekocht om het as van mijn overleden moeder in te doen. Hij wist alles nog feilloos te herinneren en haalde details op die allemaal klopten. In het ei zit inmiddels (een gedeelte van) het as van mijn beide ouders.
Het restaurant deed echt Spaans aan; kleurrijk en verschillende mensen uit de bediening waren/leken van Spaanse komaf.
Er was ook livemuziek; twee mannen op gitaar en een zanger - waarvan Geert vond dat hij op Sergeant Garcia (uit Zorro) leek – luisterden de boel op.
De zang van, laten we hem Garcia noemen, was erg goed en hij klapte precies in het goede ritme en met een verrassend volume met de muziek mee.
De akoestiek van het restaurant was voor ons, tafelgenoten, die een gesprek met elkaar aan wilden gaan minder. Je verstond elkaar slecht en dat was jammer.
Toen onze serveerster vertelde dat er die avond geen hoofdgerechten zouden worden geserveerd omdat het te druk was, sloeg de vlam even in de pan. Ik gaf haar te verstaan dat ik het raar vond dat we zo lang van te voren hadden gereserveerd en dat we nu – nadat we een uur hadden geborreld – opeens van uit het niets geconfronteerd werden met de mededeling dat daar waar we voor kwamen – het hoofdgerecht – er niet zou zijn.
De maître van het restaurant kwam de boel sussen en wist ons te overtuigen door een Tapas-menu voor te stellen. Achteraf waren we – ondanks het feit dat de tapas goed te eten waren – toch niet zo gelukkig met de ons opgedrongen keuze.
Nadat we het restaurant aan de Kettingstraat hadden verlaten besloten we nog een drankje te nemen op het Plein. We liepen zonder vastomlijnd plan een soort café binnen en liepen daar een aantal dames tegen het lijf die overal waar het maar kon aan het dansen waren geslagen.
Geholpen door de inmiddels rijkelijk ingenomen alcoholische dranken dansten wij al spoedig mee.
De dames – van onze leeftijd – bleken uit Antwerpen te komen.
We hadden anschluss zonder dat het ordinair werd. Het was rete-gezellie.
Rond 24:00 uur taaiden we af……..Peter en Eric moesten hun trein nog halen.
De volgende morgen 10:00 uur sharp zouden we gewoon weer gaan hardlopen. Wim, die een tijdje geveld was door een voorhoofdsholteontsteking was weer helemaal het mannetje en hij deed ons nieuwe oefeningen voor die hij ergens gelezen had.